Menu
Sluiten

Reactie LandschappenNL op Perspectievenbrief van de minister van LNV d.d. 10 juni 2022

29 juni 2022

Op 10 juni jl. werd door het kabinet een tweetal brieven aan de Kamer gestuurd over de toekomst van de agrosector in ons land. In de ene brief, die onder verantwoordelijkheid van minister Van der Wal opgesteld was, werden de doelstellingen voor de reductie van de uitstoot van ammoniak in verschillende provincies en gebieden benoemd. Daarover ontstond grote commotie in de sector, hetgeen o.a. leidde tot de boerendemonstraties van afgelopen dagen. Belangrijke nuanceringen in de discussie werden daarbij, zoals zo vaak, door de agrarische sector over het hoofd gezien dan wel expres onbenoemd gelaten. Daarbij ging het o.a. over de vraag of bijvoorbeeld 70% reductie van de uitstoot van ammoniak ook het einde betekent van 70% van de bedrijven, of 70% reductie van het aantal dieren per bedrijf. Dat is dus niet het geval. Daarnaast werd bewust genegeerd dat in veel gebieden een autonome ontwikkeling in de sector gaande is, in de zin dat veel ondernemers die geen opvolger hebben de komende jaren sowieso zullen stoppen, waarmee de veestapel vanzelf zal inkrimpen. De overheid moet dan wel voorwaarden verbinden aan uitbreiding van de veestapel op de overblijvende bedrijven, zoals de beprijzing van emissierechten en het afromen van die rechten bij verhandeling.

LandschappenNL pleit in deze discussie voor een transitie van de landbouwsector als geheel naar een natuurinclusieve kringlooplandbouw. Die op termijn weliswaar tot een andere vorm van landbouw in ons land zal leiden, maar die het inkomen van agrarische ondernemers wel degelijk op peil weet te houden met nieuwe en vernieuwende verdienmodellen. Het wordt tijd dat we die transitie met elkaar nu ook daadwerkelijk in gaan zetten, waarbij de minister van LNV naar onze mening ferm en duidelijk de regie moet nemen.

In die zin waren de verwachtingen dan ook hooggespannen over de tweede brief die het kabinet op 10 juni jl. naar de Kamer stuurde en dat was de Perspectievenbrief van minister Staghouwer. Het is jammer om te moeten constateren dat in dit epistel van 49 bladzijden helaas geen duidelijk perspectief voor de agrarische sector neergezet wordt, maar dat alleen ingegaan wordt op de voorwaarden om tot een dergelijk perspectief te komen. Dat is een gemiste kans. Op de achtergrond wordt de kringlooplandbouw van het vorige kabinet wel omarmd in de brief (hoewel zeker niet als panacee), maar wordt vooral ook aangegeven dat de perspectieven voor de sector per gebied en per provincie verschillen. Overal is maatwerk nodig en ruimte om te experimenteren om blijvende agrarische bedrijven hun gewenste perspectief te geven. Hoewel dergelijke noties op zich juist zijn, bepalen zij ook al jaren het beleid van het ministerie en daarmee komen we niet echt tot een fundamenteel ander perspectief voor de huidige gangbare bedrijfsvoering in de sector.

Ook wijst minister Staghouwer op het belang van extensivering van de bedrijfsvoering in veenweidegebieden, in overgangszones rondom Natura2000-gebieden en de zandgronden in ons land. Echter, een duidelijke richting of definitie van kringlooplandbouw in dergelijke gebieden wordt niet gegeven. Terwijl dat toch wel degelijk had gekund. Over de mogelijke instrumenten voor extensivering van de landbouw wordt al jaren gesproken (zoals vrijwillige verkaveling, instelling van een Grondbank); de minister hoefde die voorzetten alleen maar in te koppen om zijn beleid op dit gebied body te geven. Ook hier een gemiste kans. In die zin is het ook onbegrijpelijk dat de minister in zijn brief niet ingaat op het verdienmodel van de sector in dergelijke gebieden. Wanneer boeren in dergelijke gebieden een goede prijs voor hun product krijgen (waar iedere boer recht op heeft) en de ketenpartijen daar ook op aangesproken worden, kan een boer met die prijs en een vergoeding voor de ecosysteemdiensten die hij levert, een goed inkomen verdienen. De ontwikkelingen in het Gemeenschappelijk Landbouw Beleid van de EU, waarbij het accent meer komt te liggen op een vergoeding voor maatregelen op het gebied van klimaat, bodem, water, natuur en landschap, gaat die richting al uit en de minister had hier veel meer op kunnen voortborduren in zijn brief.

Te waarderen is dat de minister zich op het standpunt stelt dat er prestatie-indicatoren opgesteld moeten worden (op bedrijfsniveau) voor alle facetten van de bedrijfsvoering. Daarbij gaat het dus ook om de effecten van die bedrijfsvoering op natuur, landschap, bodem, water en klimaat. De vraag is waarom de minister initiatieven om die maatregelen te vertalen naar de prijs van het product, niet meer omarmt. In die zin is het initiatief van de Duurzame Zuivelketen om te komen tot een Biodiversiteitsmonitor met maatregelen die zich vertalen in de prijs van het product, een goed initiatief. Het wordt tijd dat we serieus na gaan denken over een productprijs waarin de inspanningen van een bedrijf om duurzaam en maatschappelijk verantwoord te produceren terugkomt, op een zodanige wijze dat iedere boer ook de productprijs krijg die hij letterlijk en figuurlijk verdient. Dan worden de inspanningen van de ondernemer om maatschappelijke doelstellingen te halen daadwerkelijk zichtbaar in de prijs van zijn produkt en dus ook in het inkomen wat hij genereert.

Kortom, de Perspectievenbrief van de minister maakt niet waar wat er in de titel van de brief beloofd wordt. Het perspectief van de boer blijft onduidelijk en ook al verschilt dat per sector en per gebied, het ware betere geweest om meer richting en duidelijkheid over dit vraagstuk te geven. Nu blijft agrarisch Nederland in onzekerheid achter en onzekerheid is een voedingsbodem voor woede en achterdocht. Dat zien we ook terugkomen in de boerenprotesten van deze dagen. En van dergelijke protesten is niemand ooit nog beter geworden. Integendeel, het draagvlak voor de sector is tanende bij grote delen van onze samenleving en het zal moeilijk worden om dat terug te krijgen. Hopelijk biedt een volgende brief van de minister hier meer duidelijkheid en richting.