"Hier kan eventueel een mooie quote"

Inderdaad: “Minder subsidie voor provinciale natuurbeschermers”

23-10-2018 -

Het CBS heeft vandaag een lezenswaardig rapport gepresenteerd over de financiële ontwikkelingen van de provinciale natuurbescherming de afgelopen jaren. Terecht constateert het CBS in haar rapport “Minder subsidie voor provinciale natuurbeschermers” dat de subsidies, bezien over de afgelopen jaren, afnemen. Dat is een zorgelijke ontwikkeling. Die leidt tot een enkele opmerking bij de bevindingen van het CBS:

  • In het rapport wordt geen onderscheid gemaakt tussen Landschap en Landschapsbeheer. Overigens is in elke provincie zowel sprake van een provinciaal Landschap als van een stichting Landschapsbeheer, maar in 4 provincies zijn de betreffende organisaties in 1 stichting ondergebracht. Dat vraagt om voorzichtigheid bij het optellen van kenmerken. En die 20 provinciale natuurorganisaties verschillen, juist als het gaat om inkomsten & uitgaven, sterk van elkaar. Zeker, de provinciale stichtingen Landschapsbeheer zijn afhankelijk van subsidies van overheden (en hebben naast natuur ook vaak cultuur in hun pakket). Ze draaien daarmee prachtige projecten ten bate van natuur, landschap en de inzet van duizenden vrijwilligers daarbij. De provinciale Landschappen echter, kennen een grote variatie aan inkomstenbronnen. De ‘subsidie’ bestaat hier uit een betaling van de (provinciale) overheid voor het in stand houden van natuur en biodiversiteit op de terreinen in eigendom van de Landschappen. Daarmee vervullen de provinciale Landschappen een maatschappelijke taak, niet meer dan logisch dus dat de overheid daaraan meebetaalt. Overigens slechts voor 75%: het resterende kwart moeten de Landschappen zelf ophoesten. Andere inkomstenbronnen betreffen bijvoorbeeld de donaties van begunstigers, nalatenschappen, schenkingen, en zakelijke overeenkomsten met gebruikers van de gronden.
  • De provinciale Landschappen hebben gezamenlijk over die 7 jaar ca. € 650 mln aan subsidie ontvangen, maar ook € 400 mln aan eigen middelen ingebracht: dat is ruim € 50 mln per jaar. Landschappen werken dus hard aan andere inkomstenbronnen, maar om de doelen te halen is het van eminent belang dat de overheid mee blijft doen.
  • Ondanks die versterkte eigen inzet constateert ook het CBS, terecht, dat na 2010 er fors minder grondaankopen hebben plaatsgevonden. In een tijdperk waarin de achteruit-hollende biodiversiteit sterk in de belangstelling staat, is dat een zorgelijk gegeven. Dit wordt mooi geïllustreerd door een recent onderzoek van Motivaction (in opdracht van de provincie Noord-Holland) dat laat zien dat Nederlanders na gezondheid/veiligheid, natuur het belangrijkst vinden als het gaat om de inrichting van Nederland.
  • In het rapport wordt geen onderscheid gemaakt tussen structurele uitgaven en inkomsten en eenmalige uitgaven en inkomsten (projecten, aankopen): dat had zaken mogelijk meer inzicht gegeven in de financiële ontwikkelingen van de provinciale natuurorganisaties.

Dat gezegd hebbende zijn we blij met de aandacht die het CBS besteedt aan de provinciale natuurbescherming (en dat nog wel in de ‘Week van het landschap’),  vooral ook met het feit dat daarmee de vinger op een belangrijke zere plek wordt gelegd: als we (politici, bestuurders, burgers) het allemaal zo belangrijk vinden dat we een rijke natuur en een (be)leefbaar landschap behouden, stop dan eens met het beknibbelen, zowel ruimtelijk als financieel, op het natuurbeheer en het landschapsbehoud. Weet wat het waard is, en handel daar dan ook naar.

We ervaren het CBS-rapport wat dat aangaat als welkom signaal voor de noodzaak van blijvende steun van de overheid ten bate van natuur en landschap.