"Hier kan eventueel een mooie quote"

Natuurinclusieve landbouw, de landbouw van de toekomst!

04-07-2018 -

Inspiratiedag Natuurinclusief Platteland, maandag 18 juni 2018

Natuurinclusieve landbouw, de landbouw van de toekomst!

Er wordt de laatste tijd veel gesproken óver boeren; LTO, LandschappenNL en BoerenNatuur stellen dat het de hoogste tijd is de boer zelf aan het woord te laten. De timing van Trouw, met het onderzoek ‘De staat van de Boer’, kon dus niet beter. Een van de hoofdconclusies van dit onderzoek luidt:

“Boeren willen best veranderen en vergroenen, als er tenminste duidelijkheid komt in het beleid. Nederlandse boeren en boerinnen zijn toe aan een grootschalige vernieuwing van de sector. Meer dan 80% wil overstappen naar natuurvriendelijke methoden.”

Deze conclusies sluiten naadloos aan bij de resultaten van de landelijke Inspiratiedag Natuurinclusief Platteland die LandschappenNL, BoerenNatuur en LTO-Nederland 18 juni jl. organiseerden, ondersteund door het ministerie van LNV. Tijdens deze dag waren ruim 300 boeren, beleidsmedewerkers, adviseurs en terreinbeheerders bijeen om te discussiëren over mogelijke en gewenste stappen op het gebied van natuurinclusieve landbouw, en om te leren van elkaars ervaringen.

Een mooi voorbeeld is de samenwerking tussen de natuurbeheerder Het Zeeuwse Landschap en akkerbouwers op Schouwen-Duiveland. Akkerbouwers pachten gangbare landbouwgrond van het Zeeuws Landschap en beheren dat deels gangbaar en deels natuurvriendelijk via randenbeheer. Als tegenprestatie treffen de akkerbouwers op een deel van de eigen grond maatregelen zoals stoppels laten staan in de winter, keverbanken aanleggen en bloemblokken realiseren. De maatregelen worden gefinancierd vanuit Europa. Dankzij het randenbeheer wordt het risico op verspreiding van gewasziekten beperkt en tegelijkertijd wordt de natuurlijke vijanden van plaaginsecten meer leefgebied geboden. Winst voor de boer en de biodiversiteit.

De voorzitter van BoerenNatuur, Alex Datema, vatte aan het einde van de dag de belangrijkste winst als volgt samen: “Als we dit een jaar geleden hadden gedaan, dan zou het vooral zijn gegaan over òf en wàt we met natuurinclusieve landbouw moeten. Daar ging het niet meer over vandaag, het gaat er nu om over ‘hoe’ we dat dan moeten doen. Dat is een enorme winst in één jaar”.

Tijdens de dag kwam in diverse workshops naar voren dat een aantal zaken essentieel is, om daadwerkelijk (en nu al) aan de slag te kunnen:

  • Kennis: essentieel is dat kennis over en ervaringen met natuurinclusieve landbouw worden gedeeld met collega-boeren, collega-provincies, collega-adviseurs en collega-terreinbeheerders; EN dat nieuwe kennis wordt ontwikkeld over natuurinclusieve landbouw, en dat deze kennis via het onderwijs en landbouwvoorlichting wordt verspreid.
  • Remmende wetgeving moet met verhoogde prioriteit worden aangepakt. Tijdens de inspiratiedag werd opgeroepen tot duidelijk richtinggevende regelgeving. Iedereen is er van overtuigd dat natuurinclusieve landbouw begint bij de bodem. Iedereen weet ook dat mest injecteren slecht is voor het bodemleven; de minister staat op het punt de uitzondering voor bovengronds uitrijden in het veenweidegebied in te trekken.  
  • Er moet zicht komen op een eerlijke marktprijs voor natuurvriendelijke producten, daarbij zoeken boeren steun bij maatschappelijke organisaties en NGO’s: het is immers een gezamenlijke verantwoordelijkheid.  
  • Last but not least is het van groot belang dat de overheid de transitie naar natuurinclusieve landbouw daadwerkelijk stimuleert. Het a.s. nieuwe Gemeenschappelijk Landbouw Beleid (GLB) is dè mogelijkheid om financieel de natuurinclusieve landbouw te stimuleren. Dit is op korte termijn echter niet geregeld: een stimuleringsregeling, een soort SDE plus regeling, zou daarin kunnen voorzien.

In workshops werden bedrijfseconomische analyses van gangbare, biologische en natuurinclusieve bedrijven gepresenteerd. Wat blijkt is dat bedrijven die omschakelen van gangbaar naar biologisch bedrijfsvoering, na een transitieperiode van twee jaar, in hun inkomsten gecompenseerd worden voor hun hogere kosten, voor bijvoorbeeld de inkoop van biologisch veevoer. Uit de eerste voorlopige analyses van de onderzochte natuurinclusieve bedrijven blijkt dit niet altijd het geval te zijn. De beloning door de markt is bij natuurinclusief boeren is nog onzeker. Dit vereist een hefboom van beleid en de maatschappij.

De directeur van LandschappenNL, Hank Bartelink, concludeerde: “De problemen waar de boer zich vandaag de dag mee geconfronteerd ziet, vormen niet zozeer uitdagingen voor de landbouw als wel voor de maatschappij. Ons landgebruik is het resultaat van politiek-bestuurlijke besluitvorming de afgelopen decennia. Transitie naar de landbouw van morgen kan dan ook alleen op die manier bewerkstelligd worden”.

Kortom, in de transitie naar een natuurinclusieve landbouw is het van groot belang dat de overheid ondersteunt en faciliteert. LTO, LandschappenNL en BoerenNatuur kijken mede daarom uit naar de nieuwe Landbouwvisie van Minister Schouten. Boeren willen verduurzamen, maar dan moet de overheid komen met een passend natuurinclusief lange-termijn beleid. Plannen waarin zowel rijk als de provincies hun bijdragen aan de transitie leveren, opdat zowel ‘koplopers als het peloton’ de nodige en gewenste stappen richting natuurinclusieve landbouw kunnen maken.