"Hier kan eventueel een mooie quote"

Standpunt Vereniging van Bos- en Natuurterreineigenaren

30-08-2018 -

Over voorstellen bestuur Unie van Waterschappen voor aanpassing belastingstelsel waterschappen, onderdeel watersysteemheffing

Inleiding
Op 15 juni jl. heeft de Unie van Waterschappen (UvW) aan de VBNE het definitieve rapport toegezonden van de Commissie Aanpassing Belastingstelsel (CAB). Het rapport is vergezeld van voorstellen van het bestuur van de Unie tot aanpassing van het belastingstelsel van de waterschappen, welke goeddeels zijn gebaseerd op het bedoelde rapport. De hoofdopdracht voor het onderzoek van de CAB luidde om een voorstel te maken voor een toekomstbestendig belastingstelsel dat uitlegbaar, transparant, robuust, rechtvaardig, maatschappelijk gedragen, eenvoudig uit te voeren en doelmatig is. Onderstaand volgt de reactie van VBNE op deze voorstellen voor zover het gaat om het onderdeel watersysteemheffing.

De VBNE constateert dat de voorstellen leiden tot een disproportionele verhoging van de waterschapslasten voor natuur, die de financiële draagkracht van bos- en natuureigenaren te boven gaat. Een adequate onderbouwing van deze lastenverzwaring ontbreekt en bovendien is de voorgestelde bekostigingssystematiek voor de watersysteemheffing onnodig ingewikkeld, hetgeen een gevoel van onrechtvaardigheid en subjectiviteit voedt.
De VBNE acht het voorstel daarom onacceptabel.

Voorstel voor watersysteemheffing voldoet niet aan de criteria
De voorgestelde wijzigingen voldoen niet aan de gestelde criteria voor een toekomstbestendig belastingstelsel en zijn een ontoereikende uitwerking van de opdracht. Dit lichten wij in de drie navolgende punten toe:

  1. Objectieve criteria voor de kostentoedeling ontbreken
    De voorgestelde kostentoedeling op basis van de BBP-methode werkt subjectiviteit in de hand. Er zijn geen criteria voor een objectieve verdeling van de kosten tussen de verschillende categorieën belastingbetalers. Het is onmogelijk om objectief te bepalen wie in welke mate belang heeft bij het onderhoud van watersystemen en het beheer van de hoeveelheid water. Wanneer een waterschap een hoofdwatergang baggert is immers niet te zeggen wie daar nu meer belang bij heeft: de boer of de stedeling.
    Of, zoals werd beschreven in de Memorie van Toelichting op de Wijziging van de Waterschapswet 2005-2006: Het toerekenen van maatregelen of voorzieningen naar bijzondere groepen van belanghebbenden impliceert overigens niet dat een kostentoedeling op basis van precieze kostenveroorzaking mogelijk zou zijn. (…) Het bepalen van de mate van het effect van maatregelen voor elke categorie afzonderlijk en op basis daarvan de kostentoedeling vaststellen, is in de praktijk een zeer moeilijke, theoretische en weinig transparante aangelegenheid.” Veel waterschappen zijn destijds daarom overgestapt op een methodiek gebaseerd op waardeverhouding. Een methodiek gebaseerd op kostenveroorzaking werd in de praktijk als ondoorzichtig en ingewikkeld ervaren.
  2. Bestuurlijke bandbreedtes zorgen voor onuitlegbare verschillen tussen waterschappen
    Door de voorgenomen invoering van bandbreedtes beslissen de waterschapsbesturen in hoeverre bepaalde categorieën belastingbetalers meer of minder gaan betalen ten opzichte van de kostentoedeling op basis van de BBP-methode. Dit, in combinatie met de voorgestelde kostentoedelingsmethode zelf, maakt het belastingstelsel zeer gevoelig voor politieke discussie. Bovendien vrezen we hoge perceptiekosten door een hoger aantal bezwaarschriften en rechtszaken.
  3. Profijtbeginsel in de categorie ‘ongebouwd’
    In het voorstel voor de kostentoedeling voor de watersysteemheffing wordt gesteld dat hieraan het profijtbeginsel ten grondslag ligt. Het uitgangspunt van het profijtbeginsel is echter dat de meeste kosten van overheidsdiensten in rekening worden gebracht bij hen die daar het meest profijt van hebben. In de voorstellen van de UvW is dat voor de categorie ongebouwd niet het geval: ten onrechte wordt verondersteld dat iedere hectare binnen deze categorie evenveel profijt zou hebben.
     

Geen fundamentele wijziging belastingstelsel
Het huidige belastingstelsel blijft wat de VBNE betreft daarom ongewijzigd. Temeer omdat er geen urgentie is voor een fundamentele stelselwijziging. Zoals de CAB ook concludeert in haar tussenrapportage van augustus 2016: het belastingstelsel van de waterschappen functioneert op dit moment redelijk goed tot goed. Wel acht de VBNE het van belang om enkele verbeteringen door te voeren bínnen het huidige belastingstelsel, zoals het herstellen van de zogenaamde weeffout (de kosten voor infrastructuur komen ten laste van vooral agrarische grondbezitters). Daar denken wij graag over mee.