Menu
Sluiten

Programma natuur

De biodiversiteit in Nederland is dramatisch laag, de kwaliteit van het landschap is de afgelopen decennia achteruit gehold, en de milieucondities zijn beroerd. Daar bovenop is er de stikstofcrisis.
Het Rijk investeert de komende tien jaar een bedrag oplopend tot 300 miljoen euro per jaar om de natuur te versterken en te herstellen. Dat is in potentie een stevige impuls aan het natuurbeleid. Die zal echter alleen kans van slagen hebben indien niet alleen naar de natuurgebieden wordt gekeken: de sleutel tot succes, een rijke biodiversiteit in een mooi en functioneel landschap (voedselproductie, wateropgave, beleving, e.d.), ligt in gerichte bronmaatregelen, in een grondige aanpak van het watersysteem en in een transitie naar een duurzame, grondgebonden landbouw. Daar moeten we, overheid en samenleving, de komen jaren samen op inzetten.

Ambities van de overheid

Voor het jaar 2030 heeft het kabinet als doel geformuleerd om minimaal de helft van de hectares met stikstofgevoelige natuur in Natura 2000-gebieden onder de zogenoemde kritische depositiewaarde (KDW) te brengen. Het Rijk investeert de komende tien jaar een bedrag oplopend tot 300 miljoen euro per jaar om de natuur te versterken en te herstellen. Ook neemt het kabinet (bron)maatregelen om alle sectoren te ondersteunen om de neerslag van stikstof in natuur terug te dringen. Hiervoor is gemiddeld 200 miljoen euro per jaar beschikbaar in de periode tot 2030. Daarbij is door het ministerie van LNV en de provincies (IPO) aangegeven dat de overheden hierin een gezamenlijk verantwoording voelen. De visie en ambities krijgen hun beslag in het zogenoemde Programma Natuur.

 

Programma natuur

 

Naar een structurele verbetering van de natuurkwaliteit

Goed de tijd nemen (10 jaar), een substantiële extra financiering vrijmaken (3 miljard): dat is in potentie een stevige impuls aan het natuurbeleid. Maar die is dan ook hard nodig:. De aandacht gaat daarbij nu vooral uit naar stikstof. Maar om het Programma Natuur daadwerkelijk tot een succes te maken, is veel méér nodig dan alleen het stikstofprobleem aanpassen. Willen we in Nederland naar een echt permanente verbetering van de natuurkwaliteit, dan gaan we dat met de EHS en Natura2000 alléén niet redden. Dat is te veel gestoeld op het oude denken in verschillen en bedreigingen, in wantrouwen. We kunnen natuur niet simpelweg beschouwen als één van de vele landgebruiksvormen waarvoor we ruimte moeten zoeken. Natuur is immers overal (of zou dat moeten zijn).

Uitbreiding van de EHS, van Natura2000-gebieden, zal de biodiversiteit zeker helpen, maar de echte natuurwinst is te halen buiten de natuurgebieden. Dat betekent niet dat we alle landbouwgronden moeten omvormen. Dat betekent wel dat we enerzijds moeten willen zien dat het boerenland in potentie een enorme verrijking van natuur en landschap in zich herbergt (maar dan moet er wel wat gebeuren). Anderzijds is een conclusie dat biodiversiteit ook gewoon een productiefactor is (denk aan de regenworm en de bij) en dat duurzame landbouw dus ook baat heeft bij een rijke natuur. Natuurinclusieve landbouw is de reguliere landbouw van morgen. We moeten naar een integralere manier van denken en kijken: redenerend vanuit het landschap, uitgaan van integreren van gebiedsopgaven, in plaats vanuit het concept dat verschillende sectoren elkaar sèc op ruimte beconcurreren. Natuurgebieden blijven van groot belang, maar een rijke natuur zul je alleen kunnen bereiken via verduurzaming van de landbouw en van de samenleving. Waarbij concepten als vermaatschappelijking van natuurbeleid en verduurzaming van de samenleving niet zullen slagen als dat bij top-down beleidsplannen blijft: de noodzaak van natuurinclusief denken en doen moet voortkomen uit de intrinsieke overtuiging, maatschappij-breed, dat we als samenleving niet zonder natuur kunnen. Dat alles heeft zijn repercussie op de invulling van het Programma Natuur:

Standpunten LandschappenNL t.a.v. het Programma Natuur

  1. Niet alleen de natuur in de beschermde gebieden (NNN, N2000) is belangrijk: voor het significant en structureel verbeteren van de kwaliteit van de leefomgeving moet de kwaliteit van het landschap (bv. af te meten aan de biodiversiteit) omhoog.
  2. De nadruk moet liggen op systeemherstel, waaronder de verbetering van milieuomstandigheden/ abiotische factoren in en rond natuurgebieden: verbetering van hydrologie, ontsnippering, vermindering van de stikstofuitstoot.
  3. ‘Natuur’ is niet alleen maar ‘soorten’, het gaat ook om ecosystemen, om habitats. Voldoen aan de VHR-richtlijn is slechts een deel van het antwoord op de achteruitgang van de natuur.
  4. Natuur is overal, zou overal moeten zijn. Dat maakt het onvermijdelijk dat we inzetten op een rigoureus andere landbouw in ons land: namelijk op een duurzame, grondgebonden landbouw met oog voor behoud en herstel van biodiversiteit (of waarin een natuur-basiskwaliteit gegarandeerd is).
  5. Natuur is belangrijk voor onze gezondheid en welvaart. In het sterk verstedelijkte en dichtbevolkte Nederland staat de natuur onder grote druk, en daarmee ook onze gezondheid en welvaart. Terwijl de behoefte aan natuur voor recreatie en ontspanning onverminderd groot is:
    • Investeren in natuur is belangrijk om de economische wederopbouw mogelijk te maken (zeker ná corona). Een veerkrachtige natuur schept ruimte voor economie en levert belangrijke ecosysteemdiensten.
    • Economisch herstel kan alleen met een combinatie van stikstofreductie en natuurherstel. Extra inzet op robuust natuurherstel is cruciaal om dat te bewerkstelligen.
  6. Duurzaam watergebruik (en daarop afgestemd ecologisch waterbeheer) is een onderdeel van de opgave voor een duurzame ruimtelijke ordening. Daarom zou het Programma Natuur ook ambities moeten hebben op het gebied van duurzaam watergebruik (kwaliteit en kwantiteit).
  7. Bufferzones zijn er niet alleen om de negatieve impact op de natuur te verminderen: bufferzones bieden juist grote kansen als het gaat om de diverse (combinatie van) ruimtelijke vraagstukken, bv op het gebied van landbouw en klimaat, water, energie en recreatie.
  8. ‘Gebiedsgericht’ (regionaal/ lokaal maatwerk) en ‘integraal’ (vraagstukken) zijn sleutelwoorden bij de aanpak van het natuurherstel.
  9. De (provinciale) overheid speelt een sleutelrol in het aangeven van doelstellingen bij de gebiedsprocessen en als regisseur.
  10. Koppeling van het PN aan de NOVI is van belang omdat natuur een integraal en essentieel onderdeel is (dient te zijn) van de ruimtelijke inrichting van Nederland.