"Hier kan eventueel een mooie quote"

Gemeenschappelijk Landbouwbeleid

Het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) is één van de belangrijkste beleidsonderdelen van de Europese Unie en haar grootste begrotingspost. Hierbij is een verschuiving waarneembaar van eerdere, puur op productieverhoging gerichte steun naar steunmaatregelen die een breder doel dienen. De totstandkoming van het beleid is complex, gezien het toegenomen aantal lidstaten en de spelers die er over gaan. Naast de Europese commissie, de landbouwraad en de landbouwcommissaris, beslist ook het Europees parlement over het GLB.

Forse bijdragen
Via het GLB worden forse bijdragen aan belastinggeld in de landbouwsector geïnvesteerd (in Nederland jaarlijks bijna € 1 miljard). Een dergelijke bijdrage is te verdedigen als daar duidelijke maatschappelijk belangen mee verbonden zijn, die verder gaan dan het directe belang van de sector zelf. Gezien hun grondpositie, boeren bezitten bijna 70% van het buitengebied, hebben landbouwers een bijzondere verantwoordelijkheid voor het beheren van ons landschap. Hiervoor bestaan grote tekorten, terwijl de vraag naar en maatschappelijke waarde van een goed beheerd landschap groot zijn. Koppeling van GLB-gelden aan beheer van natuur- en landschap is daarom een logische invulling.

Vergroening
Wij zijn dan ook blij met de ingezette trend van vergroening die Europa met het GLB heeft ingezet. Deze richt zich op de directe inkomenssteun (pijler 1), die het overgrote deel van de GLB gelden betreffen. Maar de huidige vergroeningsvoorwaarden die hier aan zijn gekoppeld dragen in Nederland weinig bij aan verbetering van natuur- en landschap. De voorwaarden m.b.t. permanent grasland en gewasdiversificatie zijn weinig meer dan business-as-usual. Alleen de ecologische aandachtsgebieden bij akkerbouwers kunnen echt winst opleveren. Een al te gemakkelijke invulling met vanggewassen helpt dan niet. Veel beter zijn toepassingen met (beheerde) akkerranden en waardevolle landschapselementen. Voor die laatste was de openstelling, vanwege administratieve problemen, aanvankelijk uiterst beperkt. Via een groeimodel kunnen vanaf 2016 veel meer, goed geregistreerde, landschapselementen worden ingebracht als ecologisch aandachtsgebied. LandschappenNL heeft daarvoor meegewerkt aan een studie van Alterra.

Het Plattelands ontwikkelingsprogramma
Naast de vergroeningsvoorwaarden van pijler 1 kan ook via het Plattelands ontwikkelingsprogramma (POP, ook wel pijler 2) bijdragen aan natuur- en landschap worden geleverd. Ieder land krijgt van Europa vrijheid om een eigen POP te formuleren, waarbij de lidstaat een even groot geldbedrag zelf investeert. In Nederland betreft het circa € 60 miljoen Europees geld en een iets groter bedrag aan eigen geld. Een belangrijk deel van de Nederlandse invulling van POP gebeurt via het agrarisch natuur- en landschapsbeheer in gebiedscollectieven.