Toenemend enthousiasme voor groenblauwe dooradering vraagt om duidelijke regie van Rijk en provincies
02 juni 2026
De aanleg en het herstel van groenblauwe dooradering in het agrarisch gebied kunnen rekenen op breed draagvlak. Toch komt de uitvoering nog onvoldoende van de grond. Dat blijkt uit de recente Quick Scan Groenblauwe Dooradering in het agrarisch gebied, die LandschappenNL heeft uitgevoerd in opdracht van het ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. Hieruit blijkt dat duidelijke regie, structurele financiering en langjarige afspraken over beheer nodig zijn om de ambities ten aanzien van groenblauwe dooradering waar te maken.
Overheden, agrarische collectieven, landschapsorganisaties en bewoners zien de waarde van een rijk en streekeigen landschap. Groenblauwe dooradering is het fijnmazige netwerk van natuurlijke landschapselementen dat door het landelijk gebied loopt, zoals houtwallen, heggen, kruidenrijke randen, sloten, poelen en natuurvriendelijke oevers. Het is randvoorwaardelijk voor een rijke biodiversiteit en draagt in hoge mate bij aan klimaatopgaven, waterkwaliteit, waterbeschikbaarheid, natuurwaarden en de kwaliteit van de eigen leefomgeving in het algemeen. Op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau groeit dan ook de aandacht voor groenblauwe dooradering als basis voor een ecologisch gezond en toekomstbestendig landelijk gebied. Die positieve energie biedt een stevige basis om de komende jaren belangrijke stappen te zetten.
Versnippering en gebrek aan regie remmen voortgang
Vanuit het Programma Agrarisch Natuurbeheer van het Ministerie van LVVN is in het kader van de uitbreiding van het agrarisch natuurbeheer om deze Quick Scan gevraagd. Doel was om te onderzoeken hoe de huidige uitvoering rond groenblauwe dooradering er per provincie uitziet en of deze aansluit bij de benodigde uitbreiding van landschapselementen in het kader van het Programma Agrarisch Natuurbeheer.
Uit de Quick Scan blijkt dat de realisatie van groenblauwe dooradering wordt belemmerd door een tweetal structurele knelpunten. Allereerst ontbreekt op rijksniveau een duidelijke beleidsverankering van de ambitie om 10 procent van het landelijk gebied uit groenblauwe dooradering te laten bestaan. Daardoor is er nog geen samenhangend beleidskader met heldere doelen, kwaliteitscriteria, prioriteiten en middelen. Deze ambitie is gebaseerd op het Aanvalsplan Landschap van het Deltaplan Biodiversiteitsherstel en was overgenomen in het voormalige Nationaal Programma Landelijk Gebied.
Daarnaast is ook in provincies de uitwerking vaak nog onvoldoende concreet. Hoewel de meeste provincies de ambitie van ‘10 procent groenblauwe dooradering’ onderschrijven, ontbreekt het op veel plaatsen aan duidelijke uitvoeringsprogramma’s en regie. De verantwoordelijkheid is verdeeld over meerdere partijen, zonder duidelijke trekker. Dat maakt het lastig om doelgericht te werken aan een samenhangend netwerk van groenblauwe dooradering.
Uitvoering vraagt om betere samenwerking, financiering en monitoring
Betrokken partijen in het landelijk gebied vinden elkaar in concrete projecten. Toch ontbreekt het nog te vaak aan structurele samenwerking op strategisch niveau, mede als gevolg van genoemd gebrek aan regie. Rollen, verantwoordelijkheden en trekkerschap zijn niet altijd duidelijk vastgelegd. Daardoor worden beschikbare kennis en expertise nog onvoldoende benut.
Daarnaast schiet het huidige instrumentarium tekort. Hank Bartelink, directeur van LandschappenNL, stelt: ‘Subsidieregelingen verschillen sterk per provincie, zijn vaak tijdelijk en richten zich meestal op aanleg óf beheer, of op één specifieke doelgroep of zelfs op slechts een beperkt aantal elementen. Complexe regels en vergunningsprocedures zorgen bovendien voor vertraging en hoge uitvoeringskosten. Ook ontbreekt een uniforme aanpak voor monitoring. Daardoor is er onvoldoende inzicht in de huidige omvang en kwaliteit van groenblauwe dooradering in het agrarisch gebied.’
Kansen voor een krachtige impuls
De Quick Scan laat zien dat groenblauwe dooradering een stevige impuls kan krijgen als de 10%-doelstelling wordt verankerd op rijksniveau, met een helder beleidskader waarin doelen, middelen en definities eenduidig zijn vastgelegd. Provincies kunnen daarbij een sleutelrol spelen door meer regie te nemen via een provinciaal uitvoeringsprogramma voor groenblauwe dooradering, met gezamenlijke planvorming en een heldere rolverdeling tussen provincie, collectieven en de provinciale landschapsorganisaties.
Ook op het gebied van financiering zijn verbeteringen mogelijk. Door structureel middelen beschikbaar te stellen en financiering voor aanleg te combineren met langjarige beheercontracten, ontstaat een stabiele basis voor aanleg én beheer. Regionale bundeling van kennis en capaciteit en een uniforme landelijke monitoring kunnen helpen om de uitvoering verder te versnellen.
Samenhang als sleutel tot succes
Nederland kent veel inspirerende initiatieven en betrokken partijen die zich inzetten voor het landschap. Door regie, samenhang, financiering en samenwerking te versterken, ligt een sprong voorwaarts binnen handbereik. Zo kan de groenblauwe dooradering uitgroeien tot een stevig fundament onder een mooi, vitaal en toekomstbestendig landschap.