Menu
Sluiten

Natuurinclusieve landbouw

Het gaat slecht met de natuur in Nederland. De biodiversiteit in het landelijk gebied is de afgelopen decennia drastisch teruggelopen en de kwaliteit van natuurgebieden staat ernstig onder druk. Overbemesting, verdroging en chemische bestrijdingsmiddelen, in combinatie met schaalvergroting en een hoge intensiteit van het grondgebruik, hebben het agrarisch cultuurlandschap in ons land verandert in een ecologische woestijn. De bodemvruchtbaarheid staat zwaar onder druk, wat ernstige gevolgen heeft voor onze toekomstige voedselproductie.

Het is hoog tijd het roer om te gooien. Duurzaam boeren betekent verantwoord omgaan met de natuurlijke hulpbronnen. Er is een geïntegreerde landbouwkundige benadering nodig, die rekening houdt met het duurzaam beheer van ecosystemen, hergebruik van grondstoffen, klimaatverandering en het verkleinen van de klimaatimpact. De landbouw van morgen is de kans voor Nederland om de kwaliteit van het agrarisch cultuurlandschap te versterken en de biodiversiteit te redden.

Naar een natuurinclusieve landbouw

De huidige landbouw in ons land zit op een dood spoor: steeds meer energie en middelen moeten worden toegevoegd om de opbrengst op peil te houden. Het systeem wordt daardoor steeds onnatuurlijker, de bodem mergelt uit, de weerbaarheid tegen regen en droogte is weg, ziekten en plagen nemen toe. De negatieve effecten van de landbouw op natuur en landschap nemen steeds meer toe. We moeten als maatschappij toe naar een landbouw die gebaseerd is op de natuurlijke draagkracht. Een hoge biodiversiteit is daarbij voorwaarde voor dat duurzame grondgebruik. En een kwalitatief hoogwaardig  landschap met veel diverse landschapselementen, is een belangrijk middel om die biodiversiteit te realiseren.

 

Natuurinclusieve landbouw

 

Natuurinclusieve landbouw gaat uit van die natuurlijke draagkracht en creëert daarmee betere omstandigheden voor de biodiversiteit en het landschap (wederkerigheid). Dat is niet alleen in het belang van de landbouw: natuurbeleid dat beperkt blijft tot natuurgebieden zelf resulteert in groene eilanden in een dor landschap. Onder natuurinclusieve landbouw verstaan we grondgebonden voedselproductie die gebaseerd is op het streekeigen landschap en die bijdraagt aan de biodiversiteit. Deze landbouw is gestoeld op ecosysteemdiensten van natuurlijke bodems en landschapselementen en is daarmee onderdeel van een veerkrachtig ecosysteem.

Realisatie – onze rol

Onze provinciale Landschapsorganisaties zijn professionele beheerders van natuur en landschap. Met veel lokale kennis en betrokkenheid. Zij dragen verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van een substantieel deel van het landelijk gebied in ons land, waaronder ruim 100.000 ha natuur. Als provinciale landschapsorganisaties hebben ook wij een verantwoordelijkheid bij het omvormen van de landbouw naar een natuurinclusieve sector. En we kunnen als maatschappelijke organisaties een grotere rol spelen dan tot nog toe. Bijvoorbeeld op het terrein van bewustwording, als het gaat om herkomst van ons voedsel of verandering van ons landschap.

Voor een transitie naar natuurinclusieve landbouw zijn de markt, de keten en de consumenten minstens zo belangrijk als de overheid. Maar ook kunnen we als landschapsorganisaties politieke druk uitoefenen en nauwere samenwerking met boeren aangaan. Ook zullen we, daar waar we grondeigenaar zijn, onze bijdrage aan de transitie moeten willen leveren door goede afspraken inzake verpachten en ingebruikgeving van gronden te maken.

 

Ons standpunt in het kort

  • Natuurinclusieve landbouw is de gangbare landbouw van morgen. Natuurinclusieve landbouw zorgt voor een weerbaarder voedselsysteem. Een grotere variatie aan gewassen en bedrijfs-voeringen op boerenbedrijven maakt voedselproductie minder kwetsbaar voor externe invloeden.
  • Er is een transformatie nodig naar een duurzame landbouw in ons land, waarbij ‘boeren met natuur’ centraal staat, in plaats van boeren tegen de natuur in. Focus in de bedrijfsvoering moet liggen op vergroting van de marge in plaats van verlaging van de kosten.
  • Boeren moeten worden gefaciliteerd om te kunnen omschakelen naar een natuurinclusieve bedrijfsvoering. Hiervoor kunnen ook de gelden van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid worden ingezet. Boeren die middels natuurinclusieve landbouw duurzaam voedsel produceren zullen daarvoor worden beloond moeten worden: betere prijzen voor duurzame producten, voordeliger financiering door de bank, gunstiger leveringsvoorwaarden en pachtvoorwaarden, en lagere waterschapsheffingen.
  • Er is een integraal beleidskader voor natuurinclusieve landbouw nodig. Een integraal kader maakt het ook mogelijk om inzichtelijk te maken hoe boeren scoren op verschillende duurzaamheids-thema’s en hoe zij daarvoor beloond kunnen worden.
  • Transformatie van de sector richting natuurinclusieve landbouw is de verantwoordelijkheid van de samenleving als geheel. Dat moet zich dus ook uiten in koopgedrag en consumptiepatronen van consumenten, in de houding van retailers, in de visie van overheden, in de relatie met collega-stakeholders, etc. Ketenpartijen zijn belangrijk om natuurinclusieve landbouw mogelijk te maken.
  • Het denken in en kunnen benutten van de kansen voor natuurinclusieve landbouw begint op school. Inzetten op een natuurinclusieve landbouw betekent integrale aandacht hiervoor in het agrarisch onderwijs. Transformatie naar een wezenlijk andere en duurzame landbouw vraagt om ander onderwijs, dat gericht is op de boer van morgen, op het boeren met de natuur in plaats van tegen de natuur.